Jan van der Zee

Leeuwarden 1898 – 1988 Groningen

In 1922-‘23 lid van De Ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst. Opgeleid aan Minerva te Groningen. Het vroege werk vertoont een modern-impressionistische schildertrant, in 1924 en 1925 ontstaan geometrisch abstracte composities onder invloed van Bart van der Leck, de samenwerking met Wobbe Alkema en De Stijl-expositie in 1922 bij Pictura. Daarna ontstaat een serie portretten in een nieuwe, stevige penseelvoering, gevolgd door talrijke fors en pasteus, vol van kleur geschilderde landschappen. Aan het eind van de jaren dertig exposeert hij opnieuw portretten. Het werk uit die periode laat zich typeren als krachtig en fris. Na 1945 ontwikkelde van der zee zich in verschillende richtingen: abstractie composties worden afgewisseld met expressionistisch realistisch werk. Het kleurgebruik is dan krachtig en fel, de vorm vertoont zich in grote kleurvlakken, omgeven door sterke contouren. In de jaren vijftig ontstaat een serie op de realiteit gebaseerde schilderijen die opvallen door hun pasteuze, reliëfachtige verfhuid en het gebruik van primaire kleuren. Geleidelijk maakt deze verfhuid plaats voor een dun, glad geschilderd oppervlak in de composities uit de jaren zestig, werk dat zich kenmerkt door een zwierige, soepele lijnvoering en een harmonieus kleurgebruik. In de loop van de jaren zeventig ontstaat opnieuw geometrisch abstract werk, in zowel olieverf als gouache, nu gematigd van kleur, dat refereert aan zijn vroege werk in deze stijl. In de jaren tachtig past van der Zee ook letter- en cijfersjablonen toe. In het belangrijke en omvangrijke grafische oeuvre volgt hij in grote lijnen de ontwikkelingen in zijn schilderkunst. Culturele prijs van de provincie Groningen 1965; Dynamisch Groningen: eerste prijs [samen met Abe Kuipers] 1967. Exposeerde in binnen- en buitenland. musea : o.a. Groninger Museum, Gemeente Museum Den Haag