Kommerzijl 1893 – 1959 Amsterdam
In 1918 mede-oprichter van De Ploeg; beeldhouwer, schilder, graficus / toegepaste kunst, hoogleraar aan de Rijksacademie te Amsterdam [1953] ; opgeleid aan Minerva te Groningen en aan de academie te Den Haag.
In het vroege werk invloed van het ‘hollandse’ expressionisme van Le Fauconnier. Men noemt Wiegers in 1919 ‘Groningens meest moderne schilder’. Komt in 1920 wegens een gezondheidkuur in Davos [ch] in contact met Brücke-expressionist Ernst Ludwig Kirchner,
met wie hij bevriend raakt en intensief samenwerkt. Gaat tot aan zijn dood vrijwel jaarlijks naar Zwitserland om er te werken. Introduceert na terugkeer in Groningen in 1921 een geheel eigen variant op het expressionisme dat zo kenmerkend zou worden voor het werk van De Ploeg uit het midden van de jaren twintig: vereenvoudigde, vertekende vormen, een krachtig en fel expressief kleurgebruik. Aan het eind van de jaren twintig vertoont zijn werk meer lyrische, vloeiende vormen. Zijn palet blijft rijk en evocatief. Belangrijke motieven in deze periode zijn de Groningse en Zwitserse landschappen, stadsgezichten, naakten, portretten, figuur- en interieurstukken en stillevens. In deze periode ontstaat ook een belangrijk grafisch oeuvre. Wiegers vestigde zich in 1934 in Amsterdam. In de jaren daarop ontstaan in een naturalistische stijl en getemperd palet tal van portretten en stillevens. Na 1945 hervindt Wiegers zijn oude élan. Zijn expressionistische werk uit die jaren en daarna vertoont een krachtige vormentaal en een vitaal kleurgebruik:' in de laatste decennia een der topfiguren van zijn generatie' aldus de NRC in de necrologie. Wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste nederlandse expressionisten. Ridder in de orde van Oranje Nassau 1953; Prix de la Critique 1959. Exposeerde in binnen- en buitenland ; musea : o.a. Groninger Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Gemeente Museum Den Haag, Rijksmuseum Twente Enschede, Kirchner Museum Davos, Museum De Wieger Deurne, Museum Liner Appenzell [Ch]