de ploeg

de in 1918 opgerichte groninger kunstkring de ploeg ontwikkelde rond het midden van de jaren twintig een eigenzinnig expressionistisch schilderidioom.
jan wiegers speelde een hoofdrol bij de introductie van deze artistieke richting, waarmee hij in 1920 kennis maakte door zijn directe contact met brücke-lid ernst ludwig kirchner.
kenmerkend voor het werk van de ploegleden is het heldere en intensieve kleurgebruik, de vereenvoudiging van de vorm en de keuze van het motief: het groninger landschap.
aan het einde van de jaren twintig verlaten de ploegleden het expressionistische idioom.
men ontwikkelde een stijl die wel is omschreven als een ‘verhevigd impressionisme’.
het gebruik van heldere, krachtige kleuren en het groninger landschap als motief blijven ook dan de belangrijkste en meest typerende kenmerken van hun werk.


wobbe alkema

borger 1900 –1984 kampen

in 1924 lid van de ploeg, bedankte in 1925; schilder, graficus / toegepaste kunst, architectuur; opgeleid aan minerva te groningen, als schilder autodidact. werkt aanvankelijk geometrisch abstract, internationale contacten met geestverwanten. ontwikkelt na 1945 een meer lyrische ‘voorstellingsloze’ kunst. na 1958 kenmerkt zijn werk zich door grote variatie in vormgebruik en door het onstaan van werken in thematische groepen.
exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a GronMus, HaagsGM, Rmus Twente


jan altink

groningen 1885 –1971 groningen

in 1918 mede-oprichter en naamgever van de ploeg; schilder, graficus; opgeleid aan minerva te groningen. zijn was- en olieverfschilderijen, zowel van voor als van na 1945, zijn samenvattend te omschrijven als een krachtig, soms ruw, soms fijn impressionisme, dat op verschillende klankhoogten één geest ademt: een intense beleving van de door hem zichtbaar gemaakte wereld. van 1924 tot 1927 ontstond een expressionistisch oeuvre dat algemeen als zijn beste wordt beschouwd. zijn voorkeur voor het werken ‘en plein air’ is legendarisch. wordt wel ‘de landschapsschilder van de kunstkring bij uitstek’ genoemd. Culturele prijs van de provincie Groningen 1954.
exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus, Haags GemMus


johan dijkstra

groningen 1896 – 1978 groningen

in 1918 mede-oprichter van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst; opgeleid aan minerva te groningen en de rijksakademie te amsterdam. zijn vroege werk wordt gekenmerkt door de invloed van Van Gogh. vanaf 1924-‘25 ontwikkelde dijkstra een meer expressionistische werkwijze: vereenvoudigde vormen, krachtige felle kleuren. na 1930 hanteert dijkstra het ‘verhevigd impressionisme’ als uitdrukkingsvorm. als ‘ chroniqueur’ van het groninger landschap geeft hij in z’n beste werken een heel eigen en authentieke weergave van dit motief, dat door velen bijzonder wordt gewaardeerd. Willink van Collem prijs: 2e prijs 1924; ridder ON 1951; Culturele prijs van de provincie Groningen 1957.
exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus, Haags GemMus


johann faber

groningen 1902 – 1979 groningen

in 1922 aspirant-lid van de ploeg, in 1933 werkend lid;
schilder, graficus / lithograaf; opgeleid aan minerva te groningen; werkt aanvankelijk in een symbolistische, naar het romantische, fantastische neigende trant, afgewisseld met abstracte experimenten, later in een nieuw-zakelijke richting; vanaf 1933-’35 ontstaat een karakteristiek oeuvre met ‘wijde verten’ en een ‘ruime horizon’ dat een zekere fijngevoeligheid weerspiegelt. in de jaren vijftig wordt dit werk sterker van vorm en kleur, ook werkt faber dan incidenteel weer abstract. mede-oprichter van het grafisch centrum te groningen in 1964. exposities in nederland; werk in groninger museum en talrijke particuliere collecties.


job hansen

groningen 1899 – 1960 groningen

in 1923 lid van de ploeg; schilder / architectuur; autodidact; werkt aanvankelijk veel samen met jan altink, waardoor een interessante wisselwerking in hun werk ontstaat.
hansen ontwikkelt een kenmerkend handschrift waarbij met benzine sterk verdunde olieverf op een wit gegrondeerde triplex drager met de hand, de vingers, de nagels, een stokje wordt aangebracht. werkman bedacht hiervoor de term ‘benzinerel’. zijn beeldtaal is een hoogst authentieke, oorspronkelijke behandeling van de zichtbare werkelijkheid. hoofdmotieven in hansens oeuvre zijn landschappen, stadsgezichten en stillevens.
exposeerde in binnen- en buitenland; Prix Marzotto: eervolle vermelding 1960;
musea : GronMus, SMA, Schiedam StedMus, Van AbbeMus, Fries Mus, Haags GemMus


jan g. jordens

wageningen 1883 – 1962 groningen

in 1918 lid van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst, tekenleraar; opgeleid aan o.a. de rijknormaalschool voor tekenonderwijzers te amsterdam, minerva te groningen.
zijn vroege werk staat onder invloed van het expressionisme van henri le fauconnier en piet van wijngaerdt. jordens ondergaat kort de invloed van wiegers, gevolgd door een diepgaande oriëntatie op frankrijk. belangrijk vernieuwer van het tekenonderwijs in nederland. zijn grote drang tot vernieuwing en grote zin tot experiment leidt tot een grote verscheidenheid aan uitingen binnen zijn oeuvre. in de loop van de jaren vijftig en daarna ontstaan in zeer uiteenlopende technieken vooral abstracte composities.
Budapest, Intern. Grafiektent.: erediploma 1934; Culturele prijs van de provincie Groningen 1956. exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus


ekke a. kleima

lagemeeden 1899 – 1958 warffum

in 1926 lid van de ploeg; schilder, graficus; autodidact; in zijn vroege werk is oriëntatie op het expressionisme van de ploeg waarneembaar. vanaf 1928-1930 vertoont zijn werk een meer impressionistische karakter en getuigt van een eigen visie. zijn persoonlijkheid doet zich meer en meer kennen in zijn werk. er ontstaan werken met een visionair, soms literair karakter. In deze werken is wat hij weglaat even belangrijk als wat hij weergeeft. dit werk vraagt van de kijker verbeeldingskracht, dwingt tot intellectuele beschouwing. kenmerkend is de heldere, felle buitenkleur in zijn landschappen, het nacht- en avond-motief daarentegen vertoont een zinnelijk, verdroomd en dreigend palet. vanaf 1940 verschaft meer aandacht voor de compositie zijn werk een zekere monumentaliteit.
Zijn oeuvre omvat landschappen, stillevens, portretten, naakten, grafiek en kleinplastiek.
exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus


george g. martens

groningen 1894 – 1979 groningen

in 1918 mede-oprichter van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst; opgeleid aan minerva te groningen. aanvankelijk portretopdrachten en vrij werk in een traditionele opvatting. ontwikkelt onder invloed van de ploeg gaandeweg een kleurrijker palet, ook oriëntatie op van gogh. bekent zich rond 1925 tot het kleurrijke ploeg-expressionisme in stadsgezichten en portretten, een enkel stilleven en naakt, vaak geschilderd in wasverf. werkt vanaf 1929 weer in olieverf in een ‘verhevigd’ impressionistische opvatting.
naast stadsgezichten ontstaan nu ook landschappen, havens, water en schepen, naast stillevens en portretten. hij werkt afwisselend met penseel in dunne, gladde olieverf of met paletmes in een stevige impasto. daarnaast tekenaar van café-, theater-, kermis- en circus- en sport- en scheepsmotieven. exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. Nrd.ScheepvMus Groningen, GronMus


alida martens-pott

groningen 1888 – 1931 groningen

in 1918 lid van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst; tekenlerares. opgeleid aan minerva te groningen en de academie te den haag. ontwierp het beeldmerk van de ploeg. maakte naast schilderijen, pastels, inkt- en potloodtekeningen voornamelijk aquarellen. na 1920 ontwikkelde zij een zeer karakteristieke stijl die verwijst naar de vormentaal van jugendstil en symbolisme. het werk wordt gekenmerkt door een verstilde, soms expressieve benadering met een sterke stilering. haar latere collages sluiten aan bij de europese avantgarde en doen wel denken aan het werk van de duitse dadaïste hannah höch. haar oeuvre bestaat vooral uit portretten, figuren, stillevens en landschappen.
zij behoorde door haar kunnen en uitgesproken persoonlijkheid tot de beduidenste onder de ploegleden aldus Jordens in 1932. exposeerde in nederland. musea : o.a. GronMus


henk j. melgers

groningen 1899 – 1973 amsterdam

in 1925 lid van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst; opgeleid aan minerva te groningen. het vroege werk vertoont een naar van gogh verwijzend idioom. daarna ontstaat meer expressief werk, in vorm en kleur verwant aan dat van andere ploegleden. zijn motieven zijn het landschap, de landarbeid, portretten en figuurstukken. deze en zijn typerende divisionistische verfbehandeling verlenen het werk een eigen karakter. woonde en werkte rond 1930 in noord-drente. het werk uit die periode is naturalistisch-impressionistisch van opvatting en vertoont een soms anekdotisch karakter. verhuist in 1933 definitief naar amsterdam. tot 1936 exposeerde hij met de ploeg. na 1945 verandert zijn werk. ontleent inspiratie op het oude drentse land en elementen aan chagall: vliegende mens- en dierfiguren geven een sprookjesachtige sfeer en verwijzen naar oude volksverhalen, qua techniek verwant aan zijn vroegere werk. Budapest, Intern.Grafiektent.: erediploma 1934; exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus


hendrik de vries

groningen 1896 – 1989 groningen

in 1929 lid van de ploeg; schilder, tekenaar / literator; autodidact. de fantasie vormt zijn uitgangspunt. neiging tot het groteske, visionaire, dreigende en beklemmende: werk dat wel werd omschreven als phantasmagorieën. hanteert donker kleurengamma ter intensivering van de atmosfeer, afwisselend met lichte, etherische motieven. beeldend en poëtisch werk tonen verwante motieven in wisselende variaties: samen representeren ze één imaginaire, visionaire wereld. na 1935, meer nog na 1945, worden de schilderijen lichter, de verfhuid mat. Culturele prijs van de provincie Groningen [als dichter] 1959.
ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd de 2-jaarlijkse Hendrik de Vries-prijs ingesteld, beurtelings voor letterkunde en beeldende kunst. exposeerde in binnen- en buitenland. musea : o.a. GronMus, LetterkMus Den Haag.


jannes de vries

meppel 1901 – 1986 groningen

in 1924 lid van de ploeg; schilder, tekenaar / tekenleraar, toegepaste kunst; opgeleid aan de rijksnormaalschool voor tekenleraren te amsterdam, de école supérieure des beaux arts en de académie colarossi te parijs. het vroege werk van de vries kenmerkt zich door een ingetogen, frans georiënteerd palet waarmee hij in een impressionistische opvatting werkte tot halverwege de jaren dertig. dan vindt hij de stijl die kenmerkend
is voor zijn latere werk: expressieve penseelvoering, expressief kleurgebruik. na zijn pensionering als tekenleraar [1966] ontstaat een aanzienlijk oeuvre dat gekenmerkt wordt door een ongekende kleurenapotheose: als de vertaling van herwonnen vrijheid.
in de inkttekeningen, die vaak dienden als voorstudie voor een schilderij, toont hij zich een virtuoos waarnemer. onder de motieven die de vries hanteert zijn de groninger
landschappen, de stads- en dorpsgezichten, de reisimpressies van zijn talrijke binnen- en buitenlandse reizen, de religieuze voorstellingen en de stillevens wel het meest bekend.
als vormgever ontwierp hij onder meer het beeldmerk voor het bekende tjoklat-blik.
als illustrator maakte hij talloze boekomslagen, –illustraties, advertenties en affiches.
culturele prijs van de provincie groningen 1970; ere-lid de ploeg 1983. exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus


ben walrecht

groningen 1911 – 1980 hilversum

in 1936 lid van de ploeg; schilder / toegepaste kunst; volgde de kunstnijverheids- opleiding [vh minerva] te groningen. bekend om zijn vlotte, kleurrijke impressionistische schildertrant waarin hij stadsgezichten in binnen- en buitenland, landschappen, plas- en meergezichten en portretten maakte. woonde en werkte na 1945 in amsterdam, enkhuizen en loosdrecht. exposeerde tot 1952 met de ploeg. Willink van Collen-prijs 1939: 4e premie, cat.B [stads- of zeegezicht]. exposeerde in Nederland; musea : o.a. GronMus


henk werkman

leens 1882 – 1945 bakkeveen

in 1919 lid van de ploeg; schilder, graficus, typograaf / toegepaste kunst, literator; autodidact. begint in 1917 te schilderen. maakt aanvankelijk schilderijen in een traditionele, impressionistische opvatting. korte oriëntatie op van gogh, na 1921 onder invloed van jan wiegers. ontwikkelt vervolgens gaandeweg een zeer persoonlijke, soms naïef aandoende stijl, die wordt gekenmerkt door een poëtisch lyrische beeld- en vormentaal en een vaak verrassende kleuropvatting. begint rond 1920 te experimenteren met grafische technieken: houtsneden, etsen, litho’s en typografische composities. ontwikkelt uit de laatste zijn beroemd geworden ‘druksels’, waarbij hij de sjabloon-techniek toepast. sommige druksels beschildert werkman met drukinkt die pasteus, met een stokje, wordt aangebracht. hij creëert daarmee een nieuwe vorm die tussen druksel en schilderij in staat. van de motieven die werkman in zijn oeuvre hanteert zijn de portretten, figuurstukken, stillevens, landschappen – al dan niet met paarden – , stads-gezichten en abstracte komposities wel de meest bekende.
in de jaren twintig publiceert werkman de avantgarde uitgave the next call, een kritisch pamflet in tekst en beeld, soms gemaakt in coöperatie met andere ploegleden. onderhoudt naar aanleiding hiervan intensieve internationale contacten, o.a. met seuphor. ook later manifesteert hij zich als het artistieke geweten van de ploeg door middel van onder meer zijn bekende proclamaties. waardering en begrip in steeds bredere kring vond werkman door zijn werk voor de uitgaven van de blauwe schuit, met
als meest bekende uitgave wel de chassidische legenden. zijn werk geniet internationale vermaardheid. exposeerde in binnen- en buitenland; musea : o.a. GronMus, SMA, Haags GemMus, Klingspor Mus Offenbach [D.]


jan wiegers

kommerzijl 1893 – 1959 amsterdam

in 1918 mede-oprichter van de ploeg; beeldhouwer, schilder, graficus / toegepaste kunst, hoogleraar aan de rijksacademie te Amsterdam [1953] ; opgeleid aan minerva te groningen en aan de academie te den haag.
in het vroege werk invloed van het ‘hollandse’ expressionisme van le fauconnier. men noemt wiegers in 1919 ‘groningens meest moderne schilder’. komt in 1920 wegens een gezondheidkuur in davos [ch] in contact met brücke-expressionist ernst ludwig kirchner,
met wie hij bevriend raakt en intensief samenwerkt. gaat tot aan zijn dood vrijwel jaarlijks naar zwitserland om er te werken. introduceert na terugkeer in groningen in 1921 een geheel eigen variant op het expressionisme dat zo kenmerkend zou worden voor het werk van de ploeg uit het midden van de jaren twintig: vereenvoudigde, vertekende vormen, een krachtig en fel expressief kleurgebruik. aan het eind van de jaren twintig vertoont zijn werk meer lyrische, vloeiende vormen. zijn palet blijft rijk en evocatief. belangrijke motieven in deze periode zijn de groningse en zwitserse landschappen, stadsgezichten, naakten, portretten, figuur- en interieurstukken en stillevens. in deze periode ontstaat ook een belangrijk grafisch oeuvre. wiegers vestigde zich in 1934 in amsterdam. in de jaren daarop ontstaan in een naturalistische stijl en getemperd palet tal van portretten en stillevens. na 1945 hervindt wiegers zijn oude élan. zijn expressionistische werk uit die jaren en daarna vertoont een krachtige vormentaal en een vitaal kleurgebruik: in de laatste decennia een der topfiguren van zijn generatie aldus de NRC in de necrologie. hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste nederlandse expressionisten. ridder ON 1953; prix de la critique 1959. exposeerde in binnen- en buitenland ; musea : o.a. GronMus, SMA, GemMus Den Haag, RijksMus Twente, KirchnerMus Davos, Mus De Wieger Deurne, Mus Liner Appenzell [Ch]


jan van der zee

leeuwarden 1898 – 1988 groningen

in 1922-‘23 lid van de ploeg; schilder, graficus / toegepaste kunst. opgeleid aan minerva te groningen. het vroege werk vertoont een modern-impressionistische schildertrant, in 1924 en 1925 ontstaan geometrisch abstracte composities onder invloed van bart van der leck, de samenwerking met wobbe alkema en de stijl-expositie in 1922 bij pictura. daarna ontstaat een serie portretten in een nieuwe, stevige penseelvoering, gevolgd door talrijke fors en pasteus, vol van kleur geschilderde landschappen. aan het eind van de jaren dertig exposeert hij opnieuw portretten. het werk uit die periode laat zich typeren als krachtig en fris. na 1945 ontwikkelde van der zee zich in verschillende richtingen: abstractie composties worden afgewisseld met expressionistisch realistisch werk. het kleurgebruik is dan krachtig en fel, de vorm vertoont zich in grote kleurvlakken, omgeven door sterke contouren. in de jaren vijftig ontstaat een serie op de realiteit gebaseerde schilderijen die opvallen door hun pasteuze, reliëfachtige verfhuid en het gebruik van primaire kleuren. geleidelijk maakt deze verfhuid plaats voor een dun, glad geschilderd oppervlak in de composities uit de jaren zestig, werk dat zich kenmerkt door een zwierige, soepele lijnvoering en een harmonieus kleurgebruik. in de loop van de jaren zeventig ontstaat opnieuw geometrisch abstract werk, in zowel olieverf als gouache, nu gematigd van kleur, dat refereert aan zijn vroege werk in deze stijl. in de jaren tachtig past van der zee ook letter- en cijfersjablonen toe. in het belangrijke en omvangrijke grafische oeuvre volgt hij in grote lijnen de ontwikkelingen in zijn schilderkunst. culturele prijs van de provincie groningen 1965; dynamisch groningen: eerste prijs [samen met abe kuipers] 1967. exposeerde in binnen- en buitenland. musea : o.a. GronMus, GemMus
Den Haag


© cees hofsteenge 1989-2005

de auteur ontleende alle teksten aan zijn boek De Ploeg 1918-1941.De hoogtijdagen.
waar nodig werden deze aangevuld met gegevens uit het Ploegarchief Cees Hofsteenge.
ook de afbeeldingen bij bovenstaande teksten zijn afkomstig uit dit archief.